Je staat bij een pand waar het schilderwerk er op het eerste gezicht nog redelijk uitziet. Toch zegt dat niet alles. Een verflaag kan nog strak ogen, maar ondertussen krijten, onvoldoende hechten of vocht vasthouden.

Zomaar een nieuwe laag aanbrengen is dan vragen om problemen. Blaasvorming, afbladderen of slechte hechting komen vaak pas later aan het licht. Met een korte maar goede controle voorkom je herstelwerk en lever je werk af waar je achter kunt staan.

Begin met een goede visuele inspectie

Loop eerst rustig rondom het pand of door de ruimte. Kijk niet alleen naar de kleur en glans, maar vooral naar beschadigingen en afwijkingen in de bestaande verflaag. Let onder meer op:

  • Barsten of scheurtjes in de verf
  • Blaasjes, schollen of plekken waar de verf loskomt
  • Krijten op gevels, kozijnen en boeidelen
  • Verkleuring, schimmel of vochtplekken
  • Kale plekken en beschadigingen tot op de ondergrond
  • Openstaande verbindingen, slechte kitnaden of houtrot

Zie je plaatselijke beschadigingen, dan is lokaal herstel vaak voldoende. Zijn de problemen verspreid over grote delen van het werk, dan moet je verder kijken dan alleen een nieuwe afwerklaag.

Controleer of de verflaag nog goed hecht

Een verflaag die niet goed vastzit, kun je niet redden met een extra laag verf. Controleer de hechting daarom altijd voordat je begint. Gebruik bijvoorbeeld een scherp mesje om een klein ruitpatroon in de verflaag te snijden. Plak hier een stevige tape overheen en trek die er in één beweging af. Komt er veel verf mee, dan is de hechting onvoldoende.

Er zijn een aantal oppervlakken waarbij je meer risico hebt op een slechte hechting van de bestaande verflaag. Denk bijvoorbeeld aan kozijnen op de zonzijde, houtverbindingen, liggende delen. Maar ook plekken die eerder zijn gerepareerd of vroeger vochtproblemen hebben gehad. 

Zit de verflaag vast en blijft deze grotendeels intact? Dan kun je meestal verder met goed reinigen, matteren en plaatselijk herstellen.

Test of de oude verf krijt

Krijten herken je aan een poederige laag op het schilderwerk. Vooral buitenwerk krijgt hiermee te maken door zon, regen en ouderdom. 

Wrijf eens met een donkere doek over de verflaag. Zie je een duidelijke witte of gekleurde waas op de doek, dan krijt de verf. Een licht krijtende laag kun je vaak grondig reinigen. Bij sterke krijtvorming is de kans groot dat een nieuwe verflaag niet voldoende hecht.

Gebruik bij twijfel een reiniger die geschikt is voor de ondergrond en spoel goed na. Controleer daarna opnieuw met de doek. Blijft de ondergrond poederig, verwijder dan de slechte verflaag voordat je opnieuw opbouwt.

Kijk naar de staat van het hout

Bij buitenwerk is de verflaag nooit los te zien van de ondergrond. De beste verf houdt het niet lang vol op hout dat vochtig, zacht of aangetast is.

Controleer daarom altijd:

  • Zijn de kopse kanten goed gesloten?
  • Zitten er open verbindingen of scheuren in het hout?
  • Is het hout zacht als je er voorzichtig met een priem in drukt?
  • Zijn er donkere plekken rond glaslatten, dorpels of verbindingen?
  • Is er sprake van houtrot onder een ogenschijnlijk gesloten verflaag?

Herstel houtrot en open naden altijd vóór je gaat schilderen. Anders sluit je het probleem alleen tijdelijk op achter een nieuwe verflaag.

Let op blazen en bladderen

Blazen en bladderen hebben vaak een oorzaak die verder gaat dan slechte voorbereiding. Denk aan vocht in het hout, onvoldoende droging tussen lagen, slechte hechting of een verkeerd opgebouwd verfsysteem.

Snijd een blaas altijd open om te beoordelen wat eronder zit. Is de ondergrond droog en vast, dan kun je het slechte deel verwijderen en plaatselijk herstellen. Komt er vocht uit het hout of zie je aantasting, pak dan eerst de oorzaak aan.

Controleer ook of ventilatie, lekkages, kitnaden en aansluitingen rond glas nog in orde zijn. Vooral bij oudere kozijnen is dat geen overbodige stap.

Bepaal of je plaatselijk herstelt of volledig verwijdert

Niet elke oude verflaag hoeft volledig verwijderd te worden. Dat kost tijd en is lang niet altijd nodig. De keuze hangt af van de hechting, de staat van de ondergrond en de omvang van de schade. Je kunt meestal plaatselijk herstellen wanneer de verflaag goed vastzit en niet te veel krijt, het hout droog is, en de huidige laag is nog goed te reinigen en schuren. 

Soms is het beter om volledig te verwijderen. Bijvoorbeeld wanneer de verf op meerdere plekken flink loslaat, heel sterk krijt of als je veel blazen en barsten ziet. 

Twijfel je over de opbouw van het bestaande systeem? Maak dan eerst een proefvlak. Zo zie je snel hoe de ondergrond reageert op reiniging, schuren, primer en aflak.

Bereid een goede bestaande laag goed voor

Is de oude verflaag nog geschikt om overheen te schilderen? Dan begint het echte werk pas. Een degelijke voorbereiding bepaalt de kwaliteit van je eindresultaat.

Werk in deze volgorde:

1. Reinig de ondergrond grondig en verwijder vuil, vet, mos en krijt.
2. Schuur de bestaande laag mat, zodat de nieuwe verf goed kan hechten.
3. Verwijder losse verf volledig.
4. Herstel beschadigingen, naden en kale plekken.
5. Grond de kale delen met een passende primer.
6. Kit naden waar nodig opnieuw af.
7. Breng daarna de afwerklaag aan volgens het gekozen systeem.

Kies een product dat past bij de ondergrond en de gewenste uitstraling. Voor buitenwerk is een duurzaam systeem belangrijk, zeker op delen die veel zon en regen vangen. Twijfel je over de juiste producten? Kom dan vooral langs bij jouw Sikkens Center voor een professioneel advies.